KRONIEK VOOR BEESEL, BELFELD EN SWALMEN - 1400-1409

laatst opgeslagen: zaterdag 4 februari 2017 CTRL+F = zoeken CTRL+C = kopiëren ALT+TAB = wisselen

© Loe Giesen, Reuver 1983-2017

 

1400

31 maart 1400

MONTFORT ‑ Johan van Rijnesteyne wordt beleend met huis en burcht genaamd Monsfort met alle toebehoren onder Montfort gelegen, als een onversterfelijk erfleen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3. Zie 1-4-1400.

 

1 april 1400

MONTFORT ‑ Johan van Rijnesteyne verklaart dat huis en burcht genaamd Monsfort een open huis zullen zijn voor de hertog van Gelre.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3. Zie 31-3-1400.

 

12 mei 1400

GRUBBENVORST ‑ Gerit van Barsdonck krijgt toestemming om 20 koningsgroten te verkopen uit zijn leengoed genaamd de hof te Eckenraide onder Voorst.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6.

 

29 augustus 1400

BREMPT ‑ Pachtcedulen en kwitanties betreffende de goederen van Brempt, alsmede de deling van de goederen en heerlijkheden van Brempt en Elmpt tussen de broers Reijnalt en Conrardt van Binsvelt.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, stuk nr. R; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1 oktober 1400

op sent Remeysdach episcopis

ROERMOND - Gaidert van Vlodrop, ridder, voogd te Roermond, oorkondt dat burgemeesters, schepenen en raad een muur hebben doen bouwen tussen de stadsmuren en zijn poort; dat de stad hem het gebruik van de wal van de stadsmuren heeft gegeven tot zover zijn erf zich uitstrekt. Hij belooft deze wal niet te beplanten of te bebouwen en de wal weer aan de stad over te dragen als deze er om vraagt. Getuigen: Gerairt van Vlodrop, ridder, en Willem van Vlodrop, zonen van de oorkonder.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 51 (Jura et Priviliegia; regest 179).

 

15 december 1400

CUYCK - Johanna, dochter van Wenemar, heer van Cuyck, doet ten gunste van de hertog van Gelre afstand van het land van Cuyck.

M. Flokstra: De bezitters van kasteel Ooijen door de eeuwen heen. In: Castellogica 1992-1, blz. 267-278; I.A. Nijhoff: Gedenkwaardighedenuit de geschiedenis van Gelderland, Deel 3, Arnhem 1839, oorkonde nr. 233; P.N. van Doorninck: Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415, Haarlem 1908, 372-378.

 

 

 

1401

8 januari 1401

LINNE / ST.-ODILIËNBERG ‑ Derich Wilden van Merssen wordt beleend met de halve hof te Wesemaell met zijn pachten in de dingbank van Lynne en Bergen gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3.

 

10 juni 1401

"op des achten daghes na des heylighen sacramentsdach"

MAASBREE ‑ Iohan die Roever en Griet, dochter van heer Brant van Brede, echtelieden, oorkonden dat zij 1 malder rogge erfpacht "venscher maten" hebben verkocht aan Zeetse van Brede, zoon van wijlen Zibrecht van Brede, jaarlijks op St.-Andries te leveren door Iohan Stoter (Stocer; Scoter?), die voor deze levering een bunder heide achter zijn schuur als onderpand heeft gesteld, die laatgoed is van de verkopers.

Iohan die Roever zegelt zelf; Rutgher van Brede, oom van Griet voornoemd, zegelt namens zijn nicht, die geen eigen zegel heeft.

RHCL Maastricht, Familiearchief Scheres d'Olne, inv.nr. 665; charter.

 

9 september 1401

DÜLKEN ‑ Johannes, zoon van wijlen Gerardus de Boecholt, pacht de stiftshof van Xanten in de stad Dülken met het schoutambt voor zes jaren tegen 15 oude schilden per jaar.

Borgen: Reyner van Crieckenbeck, pastoor te Hinsbeck, Johan Spede, pastoor te Wankum, Johan Coester, pastoor in Anrath, Willem van Brede, plebaan in Berghe, Petrus de Besel, plebaan in Reepler, Johan de Horbeecke, knape, Ysabella, weduwe van Willem van Gruythuys, ridder, en Willem van Gruythuys, knape.

G. van Bree: Res Gestae II nr. 1481; Wilkes nr. 1001.

 

9 oktober 1401

"op avend sunte Iergonis und Vyctoris der hilghen merteler"

Johan van Heyse belooft dat hij niets (meer) zal doen tegen de broers Johan en Otte van Buren.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 112.

 

1 december 1401

MIIIIc ende eyn fia IIII ta festo .... Andree apostel

WYCHEN / ROZENDAAL - Johan van Holthusen draagt huis en hof opte Elst in het kerspel van Wychen gelegen met alle toebehoren, zoals zijn echtgenote Aliden dit heeft geërfd en zoals dit eerder eigendom was van Sweder van Malborgen, op (aan de hertog van Gelre), die hierna Willem van Gale ten overstaan van de de getuigende leenmannen Kirsten van Rijsswich en Arnt van Boeckope hiermee beleent ten Zutphense rechten.

"MIIIIc ende eyn fia IIII ta festo .... Andree apostel was

Johan van Holthusen bij mijne heren tot Rosendale ende droech hem op alsullich huys ende hoff opte Elst inde kirspel van Wychen gelegen mit sijne tobehoeren dat Aliden sijne wijve an verstorven is van dat Sweders van Malborgen plach te wesen. Ende doe dat geschiet was, doe beleende mijn heer dairmede Willem van Gale die dat ontfingh tot eynen Zutphense leensrechte manne Kirsten van Rijsswich ende Arnt the Boeckope".

RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 1 folio LX; met dank aan M. Flokstra.

 

zondag 4 december 1401

"de sonnendage na Sente Andries dach"

LOMM - Aleit (van Baersdonck), echtgenote van Willem Brant van Brede, draagt samen met de door haar gekozen voogd de hof te Lomme met de laten en pachten tussen de twee beken te Arssen op aan de hertog van Gelre, die hierna Alart Vlecke van Kaldenbroike en zijn erfgenamen ten overstaan van de getuigende leenmannen Herberen van Lewen en Sander van Kodinchoven, ridder(s), hiermee beleent ten Zutphense rechten, met 1 pond te verheergewaden.

RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 1, fol. LX verso.

 

zondag ... 1401, z.d.

"des neesten sonnendaegs nae Sente ..."

STRAELEN - Willem van Guilich, hertog van Gelre en van Guilich, graaf van Zutphen, oorkondt dat hij het goed genaamd toe Puitswincker [ook: Pitswinckel] met molen en verdere toebehoren in het ambt en gericht van Straelen gelegen, vrij van schatting, diensten en beden heeft gegeven aan Johan van Vossem, zoon van ridder Romblian van Vossem, wegens de trouwe diensten die deze hem heeft gedaan en nog zal doen.

[de feestdag van de heilige is niet ingevuld; concept?]

-        Met latere verklaring d.d. 2 juli 1597 als volgt:

Coen Siegers en Goert Byll, schepenen te Venlo, oorkonden dat Johan Steltkens, schepen van het land Straelen, op verzoek van Peter Stiegmans, prior van het klooster Mariensandt voor Straelen gelegen, heeft verklaard dat hij samen met zijn medeschepen Deryck Haeffs circa zes jaar geleden bij de magistraat van Straelen heeft geklaagd over de watergang van de Moersbeeck met betrekking tot de afgebrande watermolen van het klooster. Ongeveer vier jaar geleden is er een kanaal gegraven van de Rytraem naar het klooster In gen Sandt, om zo het water van de Rythraem naar de stad te leiden.

Steltkens heeft verder samen met medeschepen Peter Auwol verklaard dat zij vandaag samen met de prior de watergang hebben bezichtigd en hebben vastgesteld dat de diepe graaf droog staat tot aan Schoepkens Kempken, niet ver van het klooster. Rond het klooster ligt nu "einer hongeriger, magerer sandiger grunt".

RHCL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, Gerechtelijke stukken, Port. 327 (1597): Proces door Peter Stigmans, prior in gen Mariensandt te Straelen, tegen Willem van Hoogkirken, heer en abt tot Sybergh, grondheer te Straelen.

 

1401, z.d.

BORN - Willem van Goor wordt beleend met het goed te Hoetorp, behorend tot Boeselaer, zoals Herman van Hoetorp en diens zoon Beselis dit hadden ontvangen van de heer van Borne, met 5 mark te verheergewaden.

Beselis ontvangt het vruchtgebruik van een hoeve land uit de goederen te Hoetorp die tot Boeselaer behoren. Tevens neemt Willem van Goor alle schulden over die Beselis heeft gemaakt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 69.

 

1401, z.d.

BORN ‑ Daem Rost van Halle wordt beleend met de hof te Gyffenich en te Kiffelbergh en alle goederen die zijn oom, Rost van Hoitdorff, als een Borns leen in leen hield van de heerlijkheid Borne.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 70. Zie 1402 z.d.

 

 

 

1402

maandag 2 januari 1402

"up des neesten manendage nae Jaersdach"

Sander van Eyle zweert vijandschap aan de broers Johan en Otte van Bueren.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 42.

 

2 februari 1402

"op onser liever vrouwendagh purificatio te latine"

BOCHOLT ‑ Henric Franzois van Neersdom draagt het leengoed de Boicholt, dat hij in leen hield van Gerit's vader, op aan Gerit van Yshem, en verzoekt deze om zijn neef Goedert Roffart hiermee te belenen.

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres-d'Olne, inv.nr. 2102; charter.

 

donderdag 16 maart 1402

des donredag na den sonnendach Judica

KRIEKENBECK / HINSBECK - Item des donredag na den sonnendach Judica ontfingh Johan Esell geheiten Buff dat alde goit tot Kriekenbeke mit allen sijnen tobehoiren tot eynen Gelrissch leens rechte ende voirt dat goit tot Henxbeke geheiten des Harden goit mit XL mergen landz mit eynen ponde pepers te verhergeweden manne h. Gadert van Ruere ridder ende Werner Bussell knaipe.

RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 1 (A) folio C. In de kantlijn: Nu die van Holthuysen; met dank aan M. Flokstra.

 

vrijdag ... maart of april 1402

des vrijdag na Sente Gregorius dach

SWALMEN - Derich van Oist, ridder, ontvangt zijn slot te Hillenraide binnen zijn grachten gelegen en het Hues tot Swalmen binnen zijn grachten, zoals men deze van de heerlijkheid van Gelre in leen houdt.

Getuigende leenmannen: Willem van Broichusen en Willem van Huckelhoven, ridders.

"Item des vrijdag na Sente Gregorius dach ontfing her Derich van Oist ridder sijn slot tot Hillenraide bynnen den greve ende dat hues tot Swalmen bynnen den greve tot alsulken rechten als die gelegen sijn ende alsmen die van der heerlicheit van Gelre halden pleecht manne heer Willem van Broichusen en heer Willem van Huckelhoven ridders".

RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 1 (A), folio C; met dank aan M. Flokstra.

 

30 april 1402

"op sente Walburgen avent der heiliger joncfrouwen"

RANDENRATH ‑ De broers Johan van Bueren, heer te Arsen, Otte en Alart van Bueren, zonen van wijlen Johan van Bueren, oorkonden dat zij op het huis Randenrade in bijzijn en met medeweten van Reynolt, hertog van Gelre en Gulick en graaf van Suytphen, en zijn raad, en in bijzijn van Johan van Loen, heer te Hinsbergh en Leuwenbergh, een erfdeling zijn overeengekomen betreffende de nagelaten goederen van wijlen hun ouders ridder Johan van Bueren en Geertrude van Wisschel.

-   Johan erft de heerlijkheid Arsen, gelegen tussen Venle en de Roderbeecke enerzijds en de Maas en de Lengsvort anderzijds, inclusief de rechten die zijn broers hierop hebben, uitgezonderd een jaarlijkse lijfrente van 100 Gelderse gulden. Johan erft tevens alle schulden en vorderingen.

-   Otte erft de jaarlijkse rente van 50 oude schilden die zij gezamenlijk ontvangen van hun oom ridder Everarde van Wisschel. Mochten de drie broers worden geërfd aan de goederen van hun oom ridder Everart van Wisschel, dan mogen noch Johan en zijn erfgenamen noch Alart en zijn erfgenamen deze rente van 50 oude schilden aflossen. Tevens krijgt Otte 2/3 deel ("twe dele") van de obligatie die zij hebben van wijlen graaf Johan van Cleve en diens erfgenamen en borgen.

-   Alart erft een jaarlijkse rente van 100 Gelderse gulden à 11½ Keulse witpenning gevestigd op de heerlijkheid Arsen, jaarlijks op sint Andries of binnen 14 dagen daarna in de kerk van Arsen op het O.L.V. Altaar te betalen door zijn broer Johan of diens erfgenamen. Tevens erft Alart het 1/3 deel van de obligatie die zij hebben van wijlen graaf Johan van Cleve en diens erfgenamen en borgen.

Ter bekrachtiging wordt de akte mede bezegeld door Ruelman van Arendale, heer te Welle, Wynant Schincken, heer te Walbeecke, Engelbrecht van Oersbeck, ridder en Heinrich van Wisschel en Stheven van den Egher, knapen, hun magen en vrienden.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 43-46.

 

23 juni 1402

"op Sente Johans avent Baptist midden somer"

KRIEKENBECK - "Item op Sente Johans avent Baptist midden somer ontfing vrouwe Mechtelt van Bomel wilneer wittelich wijff heren Johans van Hontzelar geheiten vanden Velde ridders dat hues tot Crikenbeke soe als dat gelegen is mit allen sinen tobehoeren.

Item die bede vanme Hirtze tot Stralen tot alsulken rechten als die gelegen sijn ende als men die van alds van der heerlicheit van Gelre te halden pleeght ende hiervan heeft huldinge ende eijde gedaen Henrich van Baerle als eyn momber etc. manne her Henrich here van Ghemen ende heer Johan Schelart van Obbendorp ridder, Derich here van Wissche knape.

RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 1 (A) folio CVI verso; met dank aan M. Flokstra.

 

19 augustus 1402

HELDEN ‑ Arnt Noudiken wordt beleend met de hof te Groitmaris in het kerspel Helden gelegen, vergroot met 8½ bunder.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

23 augustus 1402

Gumprecht, voogd te Keulen, wordt beleend met 50 oude schilden uit de renten van het land van Gelre, zijnde een manleen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2. Zie 9-9-1382.

 

maandag 11 september 1402

"des maendaechs na onser vrouwendaghe nativitas"

KESSEL ‑ Johan Mensensoen, Johan Vreedsensoen en Everhart van Oeden, schepenen te Kessel en Helden, verklaren dat Arnolt Struver van Kessel aan Dyderik Bouten van Kessel, zoon van wijlen Harman Bouten, een grondrente van een malder rogge ten laste van een kamp aan de Heergrave gelegen in de buurtschap Heergrave in Kessel heeft overgedragen.

Bezegelaars: Ziegher van Kessel in ghene Loe, schout van Kessel en Helden, en Arnolt Struver van Kessel.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 127: charter met zegels ; inv.nr. 214, fol. 123-123vs en 273.

 

28 oktober 1402

"auf St. Symon und Juden Tag aplorum"

KRIEKENBECK ‑ Willem van Krickenbeck wordt beleend met de gruit in de kerspels Grefrath, Lobberich, Hinsbeck, Leuth, Herongen en Wankum.

Schaesberg-Krieckenbeck: Urk. 66.

 

(28 oktober) 1402, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Willem van Crikenberg (Crieckenbeeck) wordt beleend met de gruit die nu te Hinsbeke gelegen is met alle toebehoren, te verheergewaden met 5 mark; en met een hof (te Brochusen) onder Greverade gelegen, zijnde een dienstmanleen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 43. Zie 1326 z.d. en 1424 z.d.

 

(28 oktober) 1402, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Willem van Crieckenbeeck wordt beleend met de gruit die nu te Hinsbeke gelegen is, met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 45. Zie 1398 z.d. en 1424 z.d.

 

31 oktober 1402

VENLO ‑ Johannes van Brede, richter, Goeswijn van Lomme en Peter Mensener, schepenen te Venlo, verklaren dat Goedaert van Nyenheim en zijn echtgenote Katherina een kamp, gelegen buiten de Tygelrepoort, hebben overgedragen aan Johannes van Zwalmen en diens echtgenote Stijn.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 264.

 

10 november 1402

VENLO ‑ Goeswijn van Lomme en Peter Mensener, schepenen te Venlo, verklaren dat Johannes van Zwalmen en zijn echtgenote Styne aan Goedaert van Nyvenheim en diens echtgenote jonkvrouwe Katheryne toestemming hebben gegeven om een aan hen verkocht huis bij de beemden van de kinderen Van Bocholt terug te kopen.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 265.

 

1402, z.d.

SUSTEREN - Derich van Backoven verkoopt een jaarrente van 12 oude groten uit twee huizen te Susteren aan Baetze van Wildenroede, dekanes van het kapittel te Susteren, ten behoeve van de rector van het St.-Jorisaltaar aldaar.

RHCL Maastricht, Archief St.-Salvator te Susteren ((14.B005), inv.nr. 278.

 

1402, z.d.

GELDERN - Wolter van Asselt wordt beleend met de hof te Neerssen met alle toebehoren, gelegen in het ambt van Gelre.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 2. Zie 1379, z.d. en 1405, z.d.

 

1402, z.d.

GELDERN - Steven van den Eger wordt beleend met:

-   de hof te Kedichem en de hof te Boestigen (in de volgende belening Boxstege genaamd), met de mannen en laten die hieruit erven en goederen hebben.

-   een bemd genaamd de Aschorst en het water en de visserij in de Nyerssen, vanaf de Steenculen via Pontervoort tot aan het viswater van de hertog, zoals die van Kodichem dit eerder in bezit hebben gehad.

-   een bemd genaamd de Dykoll en 6 morgen land gelegen bij der Let, zoals heer Engbert van Orsbeke dit van Steven in leen houdt.

-   het erf en goed dat Elbert van Kedichem van Evert (in de volgende belening: Steven) in leen placht te houden, in het gericht van Pont en Walbeke gelegen.

-   Reekens goet, gelegen in het land van Walbeke, inclusief andere landerijen die Beerte van Tegelen. Voorts het erf en goed dat heer Wolter van Vossem van Gadert van Kodichem had, Sneplucht genaamd.

-   9 morgen land die Goossen in gen Bosch heeft, gelegen te Walbeke.

Deze voornoemde goederen en erven behoren tot het leen van de hertog.

-   het erf en goed als een Gelders leen vanaf de Nyersen stroomopwaarts.

-   2 mark uit het goed an gen Voerst in het land van Stralen gelegen en het goed te Lullingen dat wordt bewoond door Henken Coenensoon, zoals men dat van de voogd van Stralen placht te houden met de 2 voornoemde mark, als een Zutphens leen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4-5. Zie 1326, z.d. en 1408, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK - Johan van Hamrade draagt de hof ter Horst, gelegen te Yssem met alle toebehoren, over aan zijn zoon Loeff van Hamrade, die er ten Zutphense rechten mee wordt beleend.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 6. Zie 1424, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK - Tilman van Eyle wordt beleend met de hof te Wynteren, de hof te Rade en het goed an gen Lulle met alle toebehoren, ten landrechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 8. Zie 1326, z.d. en 1408, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK - Johan van Wyckroide wordt beleend met:

-   de burcht te Wyckroide met alle toebehoren, te verheergewaden met 5 mark;

-   de gehele heerlijkheid Wickrade met het land en gericht en alles wat verder daartoe behoort, ten Zutphense rechten te verheergewaden;

-   het Kemerlinc ambt, waartoe behoort de Ossenweert;

-   de hof te Wynterneem in het ambt van Gelre, zijnde een Gelders leen;

-   de hof te Luet in het ambt van Krieckenbeeck, eveneens een Gelders leen;

-   de hof te Barle in het ambt van Kessel, met 5 mark te verheergewaden;

-   te Royde 13½ malder roggepacht;

-   de tiende gelegen tussen Juchende en Nuwekirchen, groot en klein, met alle toebehoren, zoals die tot Odekirchen placht te horen, zijnde een Guliks leen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 7. Zie 1326, z.d. en 1408, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK - Derich van Eyl wordt beleend met een leengoed gelegen in het kerspel van Nyerkercken dat Gadert van Nyersdom eerder in leen hield van de heerlijkheid Gelre.

Johan van Vossem wordt beleend met het goed ter Haefstat met alle toebehoren in het kerspel van Nyerkercken gelegen, ten landrechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 8. Zie 1402, z.d. en 1433, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK - Johannes Borrick wordt beleend met een goed genaamd Rutger Dullincksgoet, Schuylsgoet en Geraitzgoed op Baersdonck, tezamen gelegen op der Baersdonck, te verheergewaden met 5 mark.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 9. Zie 1379, z.d. en 1411, z.d.

 

1402, z.d.

NIEKERCK / ALDENKERCK / HINSBECK ‑ Johan van Crieckenbeke wordt beleend met de hof te Daerte in het kerspel van Nyerkercken gelegen; met de hof opten Wyer in het kerspel van Alderkercken gelegen; met de hof an gen Eynde in het kerspel van Hijnsbeke in het ambt van Crieckenbeke gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 11. Zie 1379 z.d. en 1403 z.d.

 

1402, z.d.

LOBBERICH - Henrich Spede wordt beleend met de hof te Broicke en de hof op der Hoemoilen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 49. Zie 1326, z.d. en 1403, z.d.

 

1402, z.d.

HINSBECK ‑ Johan Esel genaamd Buff wordt beleend met het goed genaamd des Harden goet onder Henxbeke gelegen, met 40 bunder land, te verheergewaden met 1 pond peper.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 55.

 

1402, z.d.

KRIEKENBECK / STRAELEN ‑ Mechtelt van Bomel, weduwe van Johan van Hontzeler genaamd Van den Velde, ridder, wordt beleend met het huis te Crieckenbeeck met alle toebehoren; en de bede 'vanme Hirtze' te Stralen. Henrich van Baerle is haar hulder.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 56.

 

1402, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Johan Esel genaamd Buff wordt beleend met het oude goed te Criekenbeke met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 57.

 

1402, z.d.

LEUTH / THORN - Johan die Kock van Padbroich wordt beleend met de hof tot Loyte in het kerspel van Loyte gelegen en met de bemden van Arwynckel in het land van Hoirne gelegen, zoals Henrich Roese van Kriekenbeke dit placht te bezitten.

Johan van Wickroide ontvangt de hof te Leut als een Gelders leengoed.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 61. Zie 1439, z.d.

 

1402, z.d.

ROERMOND / DALENBROEK ‑ Godert van Vlodorp, ridder, wordt beleend met de voogdij van Rurmund met erf, goederen, molen, visserij en alle verdere toebehoren, en met het huis te Dalenbroicke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63. Zie 1409, z.d.

 

1402, z.d.

ROERMOND ‑ Rykalt van Kintzwylre wordt beleend met de Gruit te Roermond c.a. waarmee eerder Robijn de Gruter beleend was.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 65. Zie 25 april 1404, 1406, z.d. en 1455, z.d.

 

1402, z.d.

BORN - Willem van Goor wordt beleend met het goed te Hoetorp dat eerder van Herman van Hoetorp was, met alle toebehoren en met de goederen van de kapel ("met der capellen goede") van Hoetorp.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 69.

 

1402, z.d.

Rost van Halle wordt beleend te Broiche met de hof te Hodorp, de hof te Gevenich en de hof te Kyffenberch.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 70. Zie 1401 z.d. en 1418 z.d.

 

1402, z.d.

GEVENICH ‑ Gerrit van Lievendale wordt beleend met een hof in het kerspel van Gevenich gelegen, onderdeel van de heerlijkheid Borne.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 70.

 

1402, z.d.

BORN ‑ Catharina, dochter van Henrick Bruiche van Glymbach, als erfgename van Catrine, weduwe van Johan van Corentzich, haar 'ennichvrouwen', wordt beleend met de hoff te Montzen onder Born ten Bornse leenrechten. Johan van Lovenich is haar hulder.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 71. Zie 1418 z.d.

 

1402, z.d.

TEGELEN ‑ Otto van der Holtmeulen wordt beleend met de oude heerlijkheid van Tegelen met toebehoren en de smale tiende aldaar; met het benoemingsrecht van de kerken van Tegelen, van Breydel en de helft van het recht van collatie van Visschel; met 21 ridders en knechten als leenmannen; met het huis te Holtmeulen, de grote tiende en de reubentiende aldaar; met een steil in de Maas en met de hof in den Bongert met de laten en horige lieden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 104. Zie 11-1-1394 en 1425 z.d.

 

1402, z.d.

TEGELEN ‑ De kinderen van Godert van Nijvenhem worden na overdracht door Johan van Wylre, pastoor te Kadekirchen, beleend met de hof te Wylre onder Tegelen gelegen met de molen en de hof te Hulsfoort met toebehoren in het kerspel van Tegelen gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 105. Zie 1326 z.d. en 1405 z.d.

 

1402, z.d.

GRUBBENVORST / VENLO /BORN - Fredrick van Wevelkoven wordt beleend met het huis te Gribbe met het gericht; met de tol te Venlo; de hog op gen Valkart; met het huis te Borne met zijn voorburcht; met Katzelbergh en te Meschaede de twee dorpen; en het dorp Berchem.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 133.

Zie Van Doorninck: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901, blz. 5 (z.d.): Vrederic van Wevelichaven wordt beleend met het huis te Borne; het huis te Grebbe; de hof up den Valkart en de tol te Venlo; plus het goed te Kentt bij Bercheim gelegen.

 

1402, z.d.

WEGBERG ‑ Joris van Eggenraide wordt beleend met een broek genaamd de Rosweye met 60 morgen land daartoe behorend en een beek die loopt van de Voirtmeulen tot aan de Smytbeke, zijnde een vijfmarkleen onder Wegberg gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 151. Zie 1422 z.d.

 

1402, z.d.

ST.-ODILIËNBERG ‑ Johan van Vlijmersheim wordt beleend met de hof te Ophaven met toebehoren, te Udelenberge gelegen, ten Zutphense rechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 152. Zie 1326 z.d. en 1442 z.d.

 

1402-1556

SWALMEN ‑ Uittreksel uit het leenregister van het hertogdom Gelder, betreffende de belening met Hillenraad.

Schloß Haag: inv.nr. 2318.

 

z.d., circa 1402

ARCEN ‑ Hans van Vranckrich,

Leing van me Dreyssche, zoon van Lambrich,

Godaert aen den Donck,

Johan Merhem,

Heynrich der Eyck,

Wylhem van Kynswylre,

Wylhem Poepghen,

Wylhem Nold van Herffde,

Krack van me Sande,

Jacob Hoekynck,

Johan Hoekynck der Jonghe,

Herman van Laensteijns,

Dederick van Elen,

Lodewich van Doenstal,

Lodewych van Doinsdal der Jonghe,

Wylhem van Wytwich,

Johan Steinken,

Dederick Wyttynckhoff genaamd Norkirck,

Johan van Boedberch de jonge,

Oelff van Brooghe, bastaard,

Zoeb van Elver,

Godart van Roselden,

Heynrych van der Hegghen,

Wysghen van Vorden,

Claes Hemmerberch,

Johan van Portze,

Arnolt van Zolpghe,

Werner van Goestorp,

Dreis van Bocheym,

Coenrart van Oeysheym,

Johan Schencke,

Teylman van Wylre,

Reynken van me Hogepoet,

Goetschalck van Hoeysten,

Peter van Holtz,

Heynrich de Beste,

Godert de Beste,

Johan up dem Berghe,

Johan Roel van Hoelen,

Johan van Minroed,

Jacob der Wynter,

Dederich van Koninckhofen,

Herman van Helden genaamd Schoetz,

laten Johan van Boyren (Bueren), heer van Arssen, weten dat zij liever vriend willen zijn met Wylhem Budel en dat zij Johan daarom als vijand beschouwen. Alle oorkonders zegelen onder het zegel van Wyllem Budel.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 68-70.

 

 

 

1403

vóór 17 januari 1403

Z.P. - Gehuwd: Hendrik van Wissel, leenman van de Schei te Reuver-Leeuwen, en Catharina van Brede, dr. van Brant van Brede.

Voor de familie Van Wissel zie HStAD: Leenregister van het hertogdom Kleve, Band VIII (1974):

1-11-1371: Evert van Wissel en zijn broer Willem van Wisgel gehuwd met Aleid, beleend met leengoed Entenbusch te Wisselwarth (blz. 163).

16-5-1377: Willem van Wisgel, echtgenoot van Jutte van Groesbeke (blz. 679).

11-11-1384: Evert van Wysschell, zoon van Willem van Wysschel en Jutte van Groesbeke (blz. 679).

19-3-1385: Evert van Wisschel, zn. van Willem van Wisschel, schenkt het vruchtgebruik van een molen te Grieth (D) aan zijn vrouw Aleid. Vrouwe Jutte, weduwe van Willem van Wisschel, ridder, heeft afstand gedaan van haar vruchtgebruiksrechten (blz. 208).

2-3-1387: Evert van Wisschel beleend met Entenbusch. Op 14-12-1392 wordt hij genoemd met zijn vrouw Jutte van der Heiden, dr. van Wynric van der Heiden (blz. 163).

2-10-1391: vermelding van Willem van Wisschel, kanunnik te Wisschel (blz. 163).

25-4-1398: Evert van Wissel, ridder, wordt beleend met de molen te Grieth.

1417: Fye van Wissel, echtgenote van Frederick van der Nyerssen, wordt vermeld als zus van wijlen Evert van Wissel (blz. 122: Dodemansweerd te Wisselwerd).

15-1-1426: Willem van Wisschel Evertszoon wordt, mede voor Otte van Bueren en Sander van der Eger, beleend met 1/10 deel van een weerd bij Grieth (blz. 209).

13-12-1427: Willem van Wisschel Evertszoon vermeld; op 30-3-1438 wordt hij genoemd met zijn vrouw Bartradt; hij overlijdt vóór 12-11-1448 (blz. 679).

13-11-1448: Wolter van Bueren krijgt uitstel van de leeneed voor de molen te Grieth. Ook in Reuver treedt de familie Van Bueren kennelijk in de rechten van de familie Van Wisschel, zie 13-11-1448.

13-6-1470: Evert van Wissel Evertszoon, gehuwd met Wendelmoit Smullingh.

6-10-1491: Evert van Wissel, natuurlijke zoon van wijlen Evert van Wissel.

22-4-158..: Christoffel van Rolßhuisen, ambtman te Monschau, gehuwd met Agnes van Wissel (blz. 679; vgl. Buerense laathof 23-2-1572).

 

17 januari 1403

"op sente Anthonys dach des heligen martelers"

BEESEL-LEEUWEN ‑ Johan die Reuver, ridder, oorkondt dat hij eertijds ten behoeve van Henrich van Wisgel en Cathrijne van Breede, echtelieden, en ten behoeve van hun beider erfgenamen, door zijn leenheer wijlen de hertog van Gelre en Gulich en graaf van Zutphen is beleend met het manleen de Hoff tot Genescheit genaamd te Lewen, met laten, met pacht en met tijns en molen, met "gewinne ende mit gewerve" en met alle toebehoren, zoals dit goed van ouds gelegen is.

Johan die Rouver verklaart tevens, mede voor zijn vrouw Grete van Brede en voor hun beider erfgenamen, dat hij het voornoemde goed en erf overdraagt en opdraagt aan zijn (huidige) leenheer de hertog van Gulich en Gelre en graaf van Zutphen, ten behoeve van Henrich van Wijsschel en Cathrijne van Breede en hun beider erfgenamen. Johan die Reuver doet ten behoeve van Henrich en Cathrijne afstand van het leengoed en verzoekt de hertog of deze voornoemde Henrich met het goed wil belenen.

Op verzoek van Johan die Reuver wordt het charter mede bezegeld door Johan Vincke en Henrich van Weldige, leenmannen van de hertog.

RA Gelderland, Gelderse Leenkamer, inv.nr. 1, fol. 119vs. Zie februari 1403. Met dank aan M. Flokstra.

 

(17 januari) 1403, z.d.

BEESEL-LEEUWEN ‑ Johan die Reuver verklaart ten behoeve van Henrick van Wisgel en Catrinen van Breede, echtelieden, dat hij eertijds de hof genaamd Tot genen Scheyt, gelegen te Lewen, als manleen heeft ontvangen, inclusief de laten, pachten, tijnzen, molen, gewin en gewerf en alle verdere toebehoor. Johan die Reuver en Griet van Breede, echtelieden, dragen het leengoed vervolgens over aan het echtpaar Van Wisgel.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 104. Zie 29-11-1410.

 

22 januari 1403

Z.P. - Huwelijksvoorwaarden tussen Johan Schellaert  en Agnes van Vlodrop, dochter van Gadaert van Vlodrop, erfvoogd van Roermond, en Sophia van der Nieuwstadt.

“Wer Reynolt bi der genaden Gaeds hertogh van Gulich ende van Gelre ende greve van Zutphen also eyn overste dedinghsman, Willem van Zyntsich, Willem van Blatten ende Goswyn Wrente van Vernich, ritteren, van wegen heeren Johans Schellarts van Obbendorp, ritters, Gadaert van Vlodorp, deken tot Aken, Werneer van Palant, heere tot Breydenbaent, ritter, ende Dederic van Vlodorp van wegen Agnesen van Vlodorp, dochter heeren Gadaerts van Vlodorp, ritters vaechtz tot Ruremunde, duen kont allen luden die desen apenen brieff soelen syen off hoeren lesen, bekennen ende tugen apenberlic dat wer also dedingslude ende hilixlude geraempt ende gededingt hebben tusschen heeren Johannen Schellaert voorgenoempt aen die eyn sijde ende Agnesen van Vlodorp vurgenoempt aen die andere sijde, also dat her Johan Schelaert vurgenoempt dieselve Agnese tot enen wetliken wive ende beddegenoete hebben sal ende genomen heft, daermede dat / hij in hilixgaven hebben sal, genomen heft ende huem gegeven is der hoff tot Gleen met alle sinen tuebehoerten in den Lande van Valckenborgh gelegen, also als die huyden dis daechs vuytgegeven ende verpacht is des jairs vur twehondert ende acht malder roggen Triechtscher maten, also te verstaen dat alsulcke tsijnse ende pechte also her Gadaert van Vlodorp der vaecht vurgenoempt geldende heft jairlix in den vurschreven dorpe die beloupen mogen ommetrent veirtich Runssche gulden nyet gerekent noch getogen en solen werden in den vurschreven hoff, mer die vurschreven tsijnse ende pechte solen her Gadaert van Vlodorp der vaecht vurgenoempt ende her Johan Schelaert vurgenoempt semelick gelick boeren ende heffen, mallinck van hun beiden die helft, ende also verre alse Agnese off haeren kinderen van herren Johannen Schelart vurgenoempt erkregen dat beleefden dat der vaecht vurgenoempt van lijve ter doet comen were, so solden die / vurgenoempde tsijnse ende pechte volcomelick comen vallen ende erven op herren Johannen Schelaert ende Agnesen vurschreven ende op haere kinderen die sij tesamen hedden, des gelix oft Agnese vurgenoempt off haere kinderen van herren Johannen Schelaert vurgenoempt erkregen beleefden dat vrouwe Fya, die vaechdynne van Ruremunde, Agnesen moder, afflivich worden is, so solden alsulke twintich malder rogghen Sittartscher maeten alse die vrouwe van Wyttam uyt den gueden ter Nyerstat den vaechde van Ruremunde jairlix geldende is, volcomenlick comen vallen ende erven op herren Johannen Schelaert ende Agnesen vurschreven ende ouch so sal Agnese vurschreven off haere kinderen nochtan mede ter deylingen gaen, gelick der anderen kinderen eyn die der vurschreven vaecht nu heft aen alsulken gueden alse den vaechde ende vrouwe Fyen sinen wive overmitz dode der vrouwe van Wittam aensterven ende comen mogen, ende / gelike wael sal her Johan Schelaert ende Agnese vurschreven ende haere kinderen haere twintich malder roggen jaerlix te voeren behalden, voert so yst ouch gevurweert off Agnese vurgenoempt afflivich worde ende sij wetlike gebuerte hete van herren Johannen Schelaert erkregen, eyr haere vaeder ende moder ende die vrouwe van Wittam aflivich worden, so solde nochtan alle vurschreven guet dat Agnesen vurschreven aensterven muchte overmitz haeren vaeder ende moder ende die vrouwe van Wittam comen ende vallen aen herren Johan Schelaert ende sijn kinderen die Agnese van huem verkregen hedde, gelikerwijs off Agnese levendich were, ende mit desen vurgenoempden bewijsingen so sijn her Johan Schelaert ende Agnese vurschreven affgeguedt van allen anderen gueder der selver Agnesen vader ende moder ende hebben semelick ende moetwillick vertegen op alle andere guede, gereit ende ongereit, die huen overmidts dode des vaechts ende der vaechdynnen vurschreven aensterven / ende comen muchten, uytgescheiden off huen van besijden yet aenvilr, dat sij des in haeren rechten soelen bliven/ Voert so synt vurwarden dat her Johan Schelaert die selve Agnesen terstont wedommen ende tuchtigen sal, also dat behoerlic is, aen alle sijn guet dat hij heft tot Gortsenich ende des gelix aen dat guet tot Gortsenich dat hij gekocht heft van Emerick van Kinzde ende off dit guet dat alsnu gekocht is herren Johannen Schelaert vurschreven weder affgetocht worde, so sal hij dat gelt terstont aen ander erve beleggen ende sal sij dan terstont daer aen wedommen ende tuchtigen aen dat guet tot Obbendorp mit alle sinen tuebehoerten, ende also balde alse dat geschiet is so sal die wedomme ende tucht des vurschreven gueds tot Gortsenich doet ende quyt wesen, voert so eyst gevurwart off her Johan Schelaert ende Agnese vurschreven wetike gebuerte te samen verkregen ende her Johan Schelart dan afflivich worde, eyr Agnese, ende sich Agnese dan veranderen wolde ende enen anderen man neme, so sal / sij hebben ende behalden uyt haere vurschreven wedomme ende tuchte twehondert Rijnssche gulden der jairs ende nyet meir, ende so wat dat guet daeraen getuchtight were, beter were, ende all andere guet dat her Johan Schelaert ende Agnese semelic gekregen hedden dat solden haere beider kinderen hebben ende behalden. Voert so yst ouch gevurwardt oft geviel dat her Johan Schelaert ende Agnese vurgenoempt beide afflivich worden zonder gebuerte van huen erkregen levendich blivende, so sall alle erve dat sij in haeren gansen bedde erkregen hedden na haer beider doet comen ende vallen te beiden sijden also halff op die neeste erven herren Johans Schelaertz ende die ander helft op die neeste erven Agnesen vurschreven, ende so sal der hoff tot Gleen ende die halve tsijnse en depechte ende all andere guet dat Agnesen in haeren levenden lijve aengevallen were na doede herren Johans Schelaerts wederomme comen ende vallen dair dat comen is, ende want wer Reynolt bi der genaden Gaeds hertogh van / Gulich ende van Gelre ende greve van Zutphen alse eyn overste dedinghsman, Willem her van Syntsich, Willem van Vlacken ende Goswyn Brente van Vernich ritteren van wegen herren Johans Schelaerts vurschrevenj, Gadaert van Vlodorp, deken tot Aken, Werneer van Palant, ritter, ende Dederic van Vlodorp, van weghen Agnesen vurschreven alse hilixlude van beiden sijden gebeden over desen hileck geweest sijn, ordenen (?) geraempt ende gededinght hebben in alle der maten als vurschreven is, so hebben wer tot enen gansen getuge ende stedicheit alre saken vurschreven onze zegele aen desen brieff duen hangen ende gehangen, ende want ich Gadaert van Vlodorp, ritter, vaecht tot Ruremunde, vader der vurschreven Agnesen bekenne dat dese hileck tusschen herren Johannen Schelaert ritter vurschreven ende Agnesen minne dochter vurschreven mit minen wille ende tueduen geschiet sij in alle der maten also alle die vurschreven vurwarden begripen, ende ich Johann Schelaert ritter vurschreven ouch bekenne dat ich alle vurgenoempde vurwarden vast / ende stede halden wille ende vertegen hebbe in alle der maten also vurschreven is, so hebben wer Gadaert van Vlodorp ende Johan Schelaert ritteren vurschreven onse zegele bi zegel des hoegebaeren doerluchtigen vursten onss lieven genedichen herren des hertogen van Gulich ende van Gelre ende greve van Zutphen ende der andere hilixlude vurschreven beneden aen desen brieff gehangen. Gegeven in ’t jaer ons herren dusent vierhondert ende drye des neesten dynxdaechz na sont Agneten dach virginis.”

-         Dese copia oder glaubwurtigen abschrifft ist mit seinem originaell welcher mit neuen siegell bekrafftiget, gleichlautendt befunden, quod attestor notarius publicus et curis reguis Bruxelensis residens. [w.g.] ... Sdroogen (?) 1652.

Schloss Haag, inv.nr. 4277. Gewaarmerkte kopie op papier door notaris Sdroogen te Brussel d.d. 14 augustus 1652, bevestigd door schepenen en raad van Brussel.

 

dinsdag 6 februari 1403

"des dynsdaiges na sente Blasius"

Gumprecht van Nuwenair bekent dat hij aan Johan van Bueren, heer van Arssen, of houder van deze obligatie een bedrag schuldig is van 70 overlandse rijnse gulden wegens een paard aan hem verkocht. Godart van Royre, ridder, en Wilhelm van Berge, knape, staan borg. Bij ingebreke blijven zullen beide borgen een knecht met paard naar Venle of Gelre sturen om daar op eigen kosten in leisting te gaan in een eerbare herberg.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 47-49.

 

dinsdag 6 februari 1403

"des dijnxdaiges na sente Agatha dach"

BEESEL-LEEUWEN ‑ Ten overstaan van zijn leenmannen Henrick van Apeltern, ridder, en Henrich van Boidbergen, oorkondt Reynalt, hertog van Gulich etc, dat heer Johan die Roever, ridder, voor hemzelf en voor zijn echtgenote Grete van Breede, middels een charter bezegeld door de leenmannen Johan Vyncken en Henrich die Weldige, het leengoed dat hij eertijds van de hertogs broer, wijlen hertog Willem van Gelre en van Gulich had ontvangen ten behoeve van Henrich van Wisschell en diens echtgenote Cathrijne, te weten de Hof tot Geneschiede genaamd te Lewen, met laten, met pacht, met tijns, met molen, met "gewynne ind mit gewerve" en alle toebehoren zoals dit goed van ouds gelegen is, aan hem als leenheer heeft overgedragen en opgedragen.

Johan heeft in het charter tevens verzocht of de hertog Henrich van Wisschel, mede als voogd van zijn vrouw Kathrijne, ten Geldersen Rechten met dit goed wil belenen, hetgeen wordt ingewilligd.

RA Gelderland, Gelderse Leenkamer, inv.nr. 1, fol. 120. Zie 17-1-1403. Met dank aan M. Flokstra.

 

15 maart 1403

Goedart van Vlodorp, ridder, voogd te Ruremunde, en zijn vrouw Fye van der Nuwerstat , Fye van Royde, weduwe van heer Smeich van Leissingen, heer zu Tzevel, en haar kinderen Dryes, heer zu Tzevel, Lette, vrouwe zu Wyer, Meyne, Yne, Alveraet, Metze, Yrmgarth en Fye, Nese van Palant, vrouwe zu Hartertsteyn, Lutghart van Palant, weduwe van Johan van Eupen, en haar zoon Carsillis van Eupen, haar schoonzoon Diederich Schiinman van Moitzenborn, ridder, en diens vrouw Johanna, erkennen verkocht te hebben aan heer Werner van Palant, ridder, heer zu Breydenbent, hun hof c.a. te Ruyrdorp, afkomstig van hun nicht respectievelijk tante Johanna, vrouwe zu Hackenbroich en Kessenich, dochter van wijlen heer Werner, heer zu Breydenbent.

Gelders Archief, Heren en graven van Culemborg, inv.nr. 446.

 

15 juni 1403

"op sente Vijts dach"

KRIEKENBECK ‑ Wilhelm Budel, zoon van wijlen Wilhelm Budel, oorkondt dat hij, krachtens huwelijkse voorwaarden van hun zus Ermgard met haar man Niclaas Rosen, een bedrag van 100 Gelderse gulden à 11½ Keulse witpenning, tegen een jaarlijkse rente van 10 gelijke gulden te betalen op 11 november (Sint Maarten), schuldig is aan zijn zus Geertrud en haar erfgenamen, uit de nalatenschap van hun (haar?) ouders met als onderpand zijn bezittingen in het land van Crieckenbeeck.

Op verzoek van oorkonder wordt de akte mede bezegeld door zijn oom Johan van Buren, heer te Arssen, en zijn maag Reyner van Burle, ridder.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 114-115.

 

6 augustus 1403

op sent Sixtusdach pape

MAASNIEL - Arnolt Kuebe en zijn vrouw Katherijn nemen van Wijn van Assel als meester van het gasthuis te Roermond een hofstede met 2 bunders land te Maasniel, bij de hoeve van Johan van den Grynde, in erfpacht tegen een canon van 4 malder rogge, te leveren in het gasthuis te Roermond. Oorkonders: Michiel Brede, richter, Pouwels Sceper en Heinken Gevertz, schepenen te Maasniel. De richter zegelt namens de schepenen en de erfpachtnemers die verklaren geen zegel te hebben.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1577, charter (regest 196).

 

31 december 1403

AFFERDEN ‑ Akte van deling tussen Wijnand en Hendrick Schenck van Nijdecken inzake de Afferdse, Waldtberchse en andere goederen.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D273: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. D 27; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1403, z.d.

SUSTEREN - Baetz van Wilderoede, dekanes van het kapittel te Susteren, schenkt een jaarrente van 8 oude groten uit een huis te Dieteren aan het altaar van O.L.V. en St.-Joris.

RHCL Maastricht, Archief St.-Salvator te Susteren ((14.B005), inv.nr. 278.

 

1403, z.d.

GELRE ‑ Henrich Bolle wordt beleend met het goed genaamd die Geest met toebehoren in het ambt van Gelre in de voogdij bij de stad Gelre gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 1.

 

1403, z.d.

GELDERN - Carle van Ravensberch wordt beleend met de hof te Ravensbergh in het ambt en kerspel van Gelre gelegen; met het goed in der Lyetert; met een hofje genaamd Koeckenhoff en het goedje op der Dumet aan de andere zijde van de Nyersse, ten Gelderse leenrechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 5. Zie 1379, z.d. en 1421, z.d.

 

1403, z.d.

NIEKERCK ‑ Berent van Eyle wordt na overdracht door Johan van Crieckenbeke en diens echtgenote Jutte beleend met de hof ten Dijcke genaamd opten Wyer onder Nykercken gelegen.

Diezelfde dag doet Bernt voornoemd na 'sustersdeylinge' ten behoeve van Johan van Criekenbeeck afstand van zijn rechten op de hof te Daert, waarna Johan ten Gelderse rechten ermee wordt beleend.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 12. Zie 1402 z.d. en 1424 z.d.

 

1403, z.d.

LOBBERICH - Gadert van Boickholt wordt beleend met de hof ten Broicke in het kerspel van Lobbroick gelegen, met 5 mark te verheergewaden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 49. Zie 1402, z.d. en 1424, z.d.

 

1403, z.d.

LOBBERICH - Willem Menssken wordt beleend met de hof te Nebbroeck in het kerspel van Lobbroeck, met 5 mark te verheergewaden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 53.

 

1403, z.d.

HINSBECK - Heyne Plucken vererft het penninggeld te Hinsbeke (zijnde een bedrag van 4½ mark aan laatgoederen te Hinsbeke en Greverode) aan (zijn kleindochter) Luytgart Plucken, dochter van zijn zoon Gerrit (Plucken). Haar hulder is Tilman van Wevelichaven Wolterszoon.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 54. Zie 1326 z.d. en 1424, z.d.

 

1403, z.d.

LEUTH - Willem Budel Willemszoon wordt beleend met:

-   de hof op gen Have met de huisplaats ("woenstat") inclusief 125 morgen land daartoe behorend, in het kerspel van Leut gelegen tussen Henrick van Baerle en Henrick van Beringen, ten Gelderse rechten te verheergewaden.

-   drie goederen in het kerspel van Loethe gelegen met de leenmannen, laten en andere toebehoren, akkerland, bossen etc.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 60. Beide genoemde goederen zijn vrijwel zeker identiek; zie 1430, z.d.

 

1403, z.d.

GEVENICH ‑ Goosswijn, zoon van Carselis van Gevenich, wordt beleend met 50 morgen land in het Gevenichervelt gelegen en met 3 hofsteden gelegen binnen het dorp Gevenich met toebehoren, ten Bornse leenrechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 70.

 

1403, z.d.

GEVENICH ‑ Goissen van Gevenich, zoon van Tilman van Gevenich, wordt beleend met 80 morgen akkerland te Gevenich in het veld gelegen binnen het kerspel Boesel(er).

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 70.

 

1403, z.d.

ECHT - Laurens van Echt Puytensoon wordt beleend met de erven en goederen die hij onder Echt bezit, met 5 mark te verheergewaden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 90.

 

1403, z.d.

BRACHT ‑ Henrich van Slewichaven wordt beleend met de hof genaamd van Slewichaven met toebehoren onder Bracht gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 110.

 

 

 

1404

23 februari 1404

"op sent Mathijss avent des heligen apostels"

VENLO ‑ Ten overstaan van Johannes van Brede, richter, en Geraert van Hellu en Johan Vinck, schepenen te Venlo, draagt Goedaert van Nederhoeven (Roffaert; eigenaar Onderste Hof te Beesel-Offenbeek) met toestemming van Sybrecht van Kriekenbek en van zijn zus Katherine, aan de broederschap van de H. Geest ten behoeve van de huisarmen 7½ grote en ¼ van een grote goed geld erfcijns over, die hij ontvangt uit 4½ morgen land in de Venne aan Jacob Users land en erf en bij de grensboom ("renboeme") aan de voorde ("voyrt') gelegen, welke 7½ en ¼ grote jaarlijks te heffen is op sint Remigius.

GA Venlo, Archief R.K. Armbestuur Venlo, inv.nr. 27; charter.

 

25 juli 1404

"op sunte Jacops dach apostell"

BEESEL - Rykalt van Kenswilre oorkondt dat hij door graaf Berent van Benthem is beleend met:

-   de hof te Oyen en de getrouwen en hovelingen die tot deze hof behoren;

-   het goed te Besel genaamd Tgeon Rade met de visserij, het gericht en de tienden van het gehele dorp Besell, het recht van collatie ("den leenware der kercken") van het dorp Besell en alle goederen die tot dit goed behoren;

-   met alle goederen die eerder door Tilman van den Broke in leen werden en nog worden gehouden, met alle goederen die daartoe en tot voornoemde hof behoren zoals Tilman deze hof en goed in leen houdt namens Derick van Gronowe, ridder;

-   alle rechten die na het overlijden van Emond van Wilderade, die alle voornoemde lenen als manleen bezat, weer aan Bentheim zijn teruggevallen.

Fürst zu Bentheimischen Archiv, Burg Steinfurt: Urkunden nr. 610; zie F. Geerlings: Het huis Nieuwenbroeck en zijn bewoners, deel I. In: Maas‑ en Swalmdal, jrg. 6 (1986), blz. 95-108.

Tilman van den Broke is mogelijk slechts pachter en hulder.

Rykalt van Kenswilre zegelt met een naar rechts klimmende leeuw met dubbele staart.

Voor van Gronowe vergelijk Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 271: Heinrich Von Zours tot Keyenberg bezat rond 1560 de hof Dursdal in het kerspel Jüchen en Finkenberg in de heerlijkheid Wickrath als Guliks leen. Daarnaast bezaten de Von Zours op zijn laatst sinds de 15e eeuw o.a. het 'Gronawer goet' met 70 morgen land in Wanlo en Keyenberg als Wickrather leen, in 1561 nog genoemd als 'Gronauwer Guet' (idem, blz. 150).

 

7 september 1404

ARCEN ‑ Johan van Broichuysen, Heinrich van Wisschel en Arnold van Lomme bezegelen samen met Johan van Buren, heer te Arcen, een oorkonde waarin laatstgenoemde verklaart dat hij zich met de stad Venlo heeft verzoend wat betreft de goederen in zijn heerlijkheid die eigendom zijn van Venlose burgers. Hij verklaart de stad vrij van alle schatting, behalve in het geval dat hij of zijn erfgenamen ridders worden of een dochter uithuwelijken.

GA Venlo, Oud Archief, inv.nr. 38; charter. Heinrich van Wisschel was leenman van de Oude Schei.

 

30 november 1404

"op sente Andris des helijghen apostels"

ARCEN ‑ Alart van Buijren bekent dat hij van zijn broer Johan van Buyeren, heer te Arssen, een bedrag heeft ontvangen van 100 Gelderse gulden die deze hem schuldig was, waarmee deze schuld is afgelost.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 50.

 

20 december 1404

"op sent Thoemasavont apostels"

ROERMOND ‑ Robbrecht, heer te Grevenbroicke, Dederic van Oyss, Mathijs van Kessel, Reynart van Buerlar, Rabolt van Breempt, ridders, en Abertijn van Montefya, als scheidsrechters aangesteld in het geschil tussen de stad Roermond enerzijds en de voogd aldaar anderzijds inzake het erf genaamd de Lanck, doen als uitspraak dat de voogd het erf mag omheinen met een slagboom op het trajekt van de Maas tot de muur van het kerkhof waar het Hoisder huisje nu staat en in de periode van half maart tot de tiendwagen rijdt mag gebruiken zonder wederzeggen. Anderen mogen in die tijd het erf gebruiken om zand te halen en hun mergel, kalk, hout, kolen etc daar op te slaan voor transport over de Maas of de Roer.

Als de tiendwagen rijdt, zal de voogd de slagboom verwijderen en is het erf toegankelijk ook voor andermans vee.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 38-39; regest nr. 202.

Dederic van Oyss was leenman van Hillenraad.

 

1404, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Johan heer van Arckel wordt na overdracht door Mechtelt van Bomel, weduwe van Johan van Hontzeler genaamd Van den Velde, beleend met het huis en slot Crikenbeck met voorburcht, grachten en singelgrachten; en de hof te Ynssem voor voornoemde burcht gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 56.

 

1404, z.d.

LEUTH ‑ Arnt van Lomme wordt beleend met het goed genaamd Tusschenmoilen in het kerspel van Leute gelegen, zijnde gravengoed, plus 10 hollandse morgen heide bij die hof gelegen, ontgonnen en tot een Zutphens leen gemaakt, te verheergewaden met 1 pond.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 58.

 

1404, z.d.

LEUTH - Henrick van Baerle, als erfgenaam van zijn vader Henrick, wordt beleend met de hof te Baerle met zijn toebehoren, gelegen in het kerspel van Leute.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 60. Zie 1326, z.d. en 18-10-1473.

 

1404, z.d.

SWALMEN - Willem van Elmpt verkoopt de Grater Hof bij Swalmen aan Gerhard van Swalmen.

Bron: http://www.elmpterneubuerger.de/index.php?templateid=artikel&id=15 (Elmpter Geschichte, internet augustus 2009).

 

1404-1755

SWALMEN ‑ Stukken betreffende de tienden te Swalmen, algemeen.

RHCL Maastricht, Magazijnlijst van de Karthuizers te Roermond, inv.nr. 411; 1 omslag.


1405

1405, z.d.

GELDERN - Wolter van Asselt geeft het vruchtgebruik van de hof to Nyrsdom in het kerspel van Nyerkercken gelegen met alle toebehoren over aan zijn echtgenote Hille, dochter van Steven van den Eger.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 2. Zie 1402, z.d. en 1424, z.d.

 

1405, z.d.

VENLO / TEGELEN ‑ Johan van Nijvenhem, zoon van Gadert van Nijvenhem, wordt beleend met het goed te Wylre onder de jurisdictie van Venlo gelegen met alle toebehoren, zoals dit eerder in leen werd gehouden door Willem van Wylre, te verheergewaden met 5 mark.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 105. Zie 1402 z.d. en 1424 z.d.

 

1405, z.d.

BRACHT ‑ Sibert van Sprinchaven wordt beleend met de hof te Sprinchaven met toebehoren onder Bracht in het ambt van Bruggen gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 110.

 

1405, z.d.

KESSEL ‑ Johan van Kessel draagt het huis te Kessel met alle toebehoren en de weerd voor dat huis gelegen; Slatersbeck goed met toebehoren; en de hof van heer Matthijs van Kessel, in het kerspel van Kessel gelegen, uitgezonderd het aandeel van de abdis van Bilsen hierin, ten Gelderse leenrechten op ten behoeve van Willem van Kessel, zoon van Matthijs van Kessel, die ermee wordt beleend.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143. Zie 1338 z.d. en 1424 z.d.

 

1405, z.d.

JÜCHEN (D) - Sare van Wilderaide, abdis te Susteren, alsmede haar zusters Baite en Katherine dragen de hof te Nuwenhaven met zijn toebehoren in het kerspel Juchem in het ambt Caster gelegen volgens Gulikse leenrechten over aan Reynar van Breemt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen - Leenen buiten Gelderland, blz. 131.

 

 

1406

15 januari 1406

BORN ‑ Jan van Wylre wordt beleend met het Valkenburgse leengoed huis Wolfraedt onder Holtum bij Born.

Dit leengoed was in 1381 en later verheven door Rutger van Biecht en Goeswijn Begyn. In januari 1445 werd de leeneed na het overlijden van Jan van Wylre afgelegd door Herman van Beusdael, in 1537 door Willem van Vlodrop, heer te Leuth, en op 2 april 1546 door Willem van Vlodrop, heer te Daelenbroeck, na het overlijden van Willem voornoemd.

J. Habets: De leenen van Valkenburg. In: Publications etc. 22 (1885), blz. 253-259.

Van Wylre was eigenaar te Swalmen; zie ook 1481, z.d.

 

25 april 1406

"op dach processione Marciam Martiris"

ARCEN ‑ Johan van Bueren en zijn vrouw Maria, heer en vrouwe van Arsen, oorkonden dat zij

na overleg met hun magen en vrienden Wilhelmus heer te Bruchusen, Wynand Schinken heer te Aefferden, Herman van Yessem, ridder, Henric van Wisschel, Segher van Bruchusen en Stheven van der Egher, knapen,

hebben beloofd dat zij jaarlijks op Dertiendag (Driekoningen, 5 januari) in de kerk van Arsen een bedrag van 15 Gelderse gulden à 11½ Keulse witpenning, gevestigd op hun gruit te Arsen gelegen, zullen betalen aan hun broer en zwager Alard van Bueren die dit bedrag zal hebben als een manleen. Mocht Alard overlijden zonder wettige nakomelingen achter te laten, dan zal dit leen terugvallen aan Johan en Maria. Mocht Alard wèl wettige nakomelingen achterlaten, dan zullen zij deze rente als een manleen bezitten, te verheergewaden met 3 oude Konings Tournooisen.

De lening wordt aangegaan ten overstaan van Herman van Yessem, ridder, en Stheven van den Egher, knape, leenmannen van de hertog van Gulich en gelre en graaf van Suytphen, als gekozen (leen)mannen, waarbij Alard de eed van hulde en eer heeft afgelegd.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 51-55. Zie 6-1-1410.

 

1406, z.d.

ROERMOND ‑ Johan van Enzenbroick wordt beleend met de Gruit te Roermond met toebehoren, waarmee eerder Rykalt van Kintzwylre beleend was.

Sloet: Leenakten Overkwartier, blz. 65. Zie 1402, z.d., 25-4-1404, 12-3-1410 en 1455, z.d.

 

1406, z.d.

KESSEL ‑ Dries van den Husen draagt de hof genaamd Puteyck, gelegen in het kerspel van Kessel met alle toebehoren, in leen op ten behoeve van Otte van Holtmeulen. Dries zal voor de rest van zijn leven leenman zijn; na zijn overlijden hebben Otte of diens erfgenamen het recht om een andere leenman aan te stellen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145. Zie 1445 z.d.

 

 

 

1407

maart 1407

"des derden dachs von Gregoriusdach des confessoirs"

MAASBREE ‑ Schepenen van de dingbank Brede verklaren dat Egbrecht van Holthuysen een bedrag van 400 gelderse gulden, met als onderpand de halve windmolen te Rijnkensvoert, schuldig is aan Zeetsen van Brede en diens echtgenote Heylwich.

RHCL Maastricht, Scheres d'Olne, inv.nr. 662, charter. Met fragment zegel van Rutgher van Brede.

 

4 april 1407

"op sent Ambrosius daech"

OFFENBEEK ‑ Joannes Boen, rentmeester van het kapittel van Sint Servaas als leenheer, verklaart dat hij op verzoek van Mathijs van den Oever van Kessel in aanwezigheid van Claes van Rutecoeven, Claes genaamd Coele en Geraert van Rutecoeven, laten van het kapittel van Sint Servaas, Dirick Moeren, burger te Venlo en Gebel heeft beleend met een hoeve te Offenbeck, die van het kapittel in erfcijns wordt gehouden.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 21; charter met zegels van Joannes Boen en Mathijs van den Oever van Kessel (regest nr. 77); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 188vs-189. Zie 20-12-1385 en 20-9-1407.

 

5 mei 1407

KESSEL ‑ Johan van Broichusen en wijlen Johan van Kessel worden genoemd als ooms van Willem, zoon van Mathijs van Kessel.

G. van Bree: Res Gestae nr. 680.

 

14 mei 1407

"opten heijligen pijncxt avent"

BELFELD-GELOO ‑ Henrick van Wijsschel en Cathrine van Breede, echtelieden, oorkonden dat zij, "om sonderlingen gunsten ind dienst wille" die hun laten die aan ghen Loee wonen voor hen hebben gedaan, te weten Gadert Noeten zoon; Gijsken Jutten zoon; Heve Meert; Groete Ghijse; Ghijsken Goetswijns zoon; "hoeffman" Tilman Klaemot; Helwich, weduwe van wijlen Harmen Laemen; Gerardt Francken zoon; en Heijne der Wijrdt, alle erven en goederen die zij uit de hof genaamd den Hove van Lewen in eigendom hebben en die eertijds tot lijfgewins rechten plachten te liggen, tot een rechtmatige erftijns gelegd hebben.

De laten zullen de goederen voortaan ontvangen met volle tijns en zullen aan Henrick en Cathrinen en hun erfgenamen de leeneed afleggen. Bij overlijden van de leenhouder ("als die handt dar aff is vervallen ind verstorve ind doet is") zullen de erfgenamen en nakomelingen binnen 30 dagen naar Lewen in de hoeve (= de Schei) komen en het goed opnieuw met volle tijns ontvangen.

Bij verkoop van goederen zal de nieuwe eigenaar ("die handt daer aen komen is") zich bij Henrick en Cathrinen of hun nakomelingen melden en eveneens de volle tijns geven.

Alle eigenaren en gebruikers zullen jaarlijks ten eeuwigen dage toe hun tijns en pacht betalen op St.-Mertensdag (11 november). Verder zijn zij verplicht om hun koren en ander maalgoed te laten malen op de molen te Offenbecke die tot de hof van Lewen behoort. Jaarlijks zullen zij op de zondag na Pinksteren naar de hof te Lewen komen "ind sullen dair rechten wroegen ind vort onse gebreijcke ind oere gebrecke vort brengen ind seggen".

Bij niet naleven van een van de voorgaande punten zullen Henrick en Cathrinen en hun nakomelingen de overtreders mogen beboeten krachtens de oude rechten van de hof te Lewen, met dezelfde rechtsgeldigheid van de uitspraken van schout voor het gerecht.

Tenslotte beloven Henrick en Cathrinen dat zij de eigendomsrechten van de lieden en laten in Geloo "vast ind stede" zullen houden.

RHCL Maastricht, Familiearchief Van Merwijck-de Keverberg, inv.nr. 323. Vidimus d.d. 21-5-1465. Zie 29-11-1410.

 

20 september 1407

"op sent Mathijsavent des heligen apostels"

OFFENBEEK ‑ Wolter van Paerle, richter, Ghisken aan ghenen Loe en Henken Heidenssoen van Bellefelt, schepenen te Beesel, verklaren dat Mathijs van den Oever van Kessel en zijn vrouw Katherina met toestemming van hun zoon Goedaert, aan Dirick Moeren, burger te Venlo en Gebel een hoeve te Offenbeke hebben overgedragen.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 21; charter met een fragment van het zegel van Mathijs van den Oever van Kessel en het zegel van Goedaert van den Oever (regest nr. 79); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 188-188vs. Zie 4-4-1407 en 18-10-1407.

 

18 oktober 1407

"op sent Lucasdach des ewangelists"

VENLO ‑ Heynrick Vinck, richter, Goetswijn van Lomme en Heynrich Ratinck, schepenen te Venlo, verklaren dat Harmen van Nere en Mette aan Dyrick Moeren en Gebel een grondrente van 1 alde schild ten laste van een huis op de Alde Merct bij de stadsmuur hebben overgedragen.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 214, fol. 16 (regest nr. 80). Zie 20-9-1407 en 25-11-1407.

 

25 november 1407

"op sent Katherinendach der heligher jonfrouwen"

OFFENBEEK ‑ Wolter van Paerleir, richter, Giesken aen ghenen Loe en Henken Heidenssoen van Bellefelt, schepenen te Beesel, verklaren dat Mathijs van den Oever van Kessel en Katherina aan Dirick Moeren, burger te Venlo en Gebel, een hoeve te Offenbeke hebben overgedragen, uitgezonderd de weide Waesch bij Offenbeker Beke, tegen een rente van 3 groten.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 21; charter met een fragment van het zegel van Mathijs van den Oever van Kessel en het zegel van Wolter van Paerleir (regest nr. 81); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 189-189vs. Zie 18-10-1407 en 17-3-1408.

 

1407, z.d.

SWALMEN ‑ Kwitanties betreffende het Huijs tot Swalmen.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. 154; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

 

 

1408

17 januari 1408

"op sinte Anthoniusdach des heiligen abbatis"

Geertruyd, dochter van Willem Buydel, verzoekt haar oom Johan van Buyren, heer te Arssen, om haar de brieven die zij hem in bewaring heeft gegeven terug te sturen met de bode, omdat zij anders geen gebruik kan maken van de rechten en inkomsten die in deze brieven worden genoemd. Haar verzoekschrift wordt mede ondertekend door Henrich (van Ertzelbach?), zoon van wijlen de pastoor van Bracht, en haar zwager Thijs Roesen.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 55.

 

17 maart 1408

"op sent Gertrudendach der heligher jonfrouwen"

OFFENBEEK ‑ Mathijs van den Oever van Kessel en Katherine verklaren dat zij in aanwezigheid van hun laten Dirick Ludolfssoen van Belfelt en Dirick Beier van Offenbeke, een rente van 3 groten ten laste van hun hoeve hebben verkocht en dragen deze vervolgens ten overstaan van Wolter van Paerleir, richter, Giesken aen ghen Loe en Henken Heidenssoen van Belfelt, schepenen te Beesel, over aan Dirick Moeren, burger te Venlo, en Gebel.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 21; charter met de zegels van Mathijs van den Oever en Wolter van Paerleir (regest nr. 81); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 190-190vs. Zie 25-11-1407 en 25-5-1409.

 

4 mei 1408

NUNHEM / MAASBREE ‑ Hilbrandus genaamd Sterck, prior, en het convent van St.-Elisabethsdal (te Nunhem), dragen Stephanus, zoon van ridder Johannes genaamd Reuver, bij de deken van het concilie van Cuyk voor als pastoor in Quatbrede (Maasbree).

RHCL Maastricht, Klooster St.-Elisabethsdal te Nunhem, inv.nr. 211. Zie 9-10-1240.

 

1408, z.d.

GELDERN - Stijne van Kedichem, weduwe van Steven van den Eger, wordt namens haar zoon, ook Steven van den Eger genaamd, beleend met de goederen genoemd onder 1402, z.d.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 5. Zie 1424, z.d.

 

1408, z.d.

NIEKERCK - Tielman van Eile draagt het vruchtgebruik van 10 paer koren, te heffen uit de hof genaamd in gen Have, over aan zijn vrouw Belye.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 7. Zie 1402, z.d. en 1424, z.d.

 

1408, z.d.

KESSEL ‑ Derich van den Holte draagt de vruchtgebruiksrechten van de hof genaamd ten Holt, gelegen in het land van Kessel met alle toebehoren, over aan zijn echtgenote Elisabet.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145. Zie 1326 z.d. en 1412 z.d.

 

 

 

1409

woensdag 9 januari 1409

"dis woensdages na Dertiendach"

ARCEN ‑ Otte van Bueren, zoon van wijlen Jan van Bueren, oorkondt dat hij van zijn broer Jan van Bueren, heer van Arssen, een bedrag heeft ontvangen van 25 Gelderse gulden die hij van hem in leen hield, en scheldt hem en zijn erfgenamen deze schuld kwijt.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 58.

 

25 mei 1409

"op sent Urbanusdach"

OFFENBEEK ‑ Wolter van Paarleir, richter, Henken Heidenssoen van Belfeldt, Ghiesken aen ghen Loe, Gerat aen genen Bosch, Goedert Noete en andere schepenen te Beesel, verklaren dat Mathijs van den Oever van Kessel en Katherine aan Dirick Moeren, burger te Venlo, en zijn echtgenote Gebel, de weide genaamd Wasch gelegen te Offenbeke aen der Beke hebben overgedragen.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 21; charter met fragment van het zegel van Wolter van Paarleir (regest nr. 87); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 191-191vs. Zie 17-3-1408 en 10-4-1418.

 

6 oktober 1409

KEULEN - Aartsbisschop Frederik III van Keulen en hertog Reinald van Gulik en Gelre sluiten een vredesverdrag.

Deelnemers aan de zijde van de hertog o.a. Johan, heer te Rheydt, Johan, heer te Milendonk, Willem, heer te Broekhuizen, Johan, heer te Wickrode, Johan van Wijenhorst, hofmeester, Johan van Kyntzwilre, Everhard, voogd te Belle, ridders, en van de steden o.a. Roermond.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 694a; = Urkundenbuch der Stadt Düren, nr. 216.

 

1409, z.d.

HINSBECK ‑ Thijs en Egbrecht van Holthusen, als erfgenamen, en Buff Essel, als vruchtgebruiker, doen ten behoeve van Sybert van Criekenbeck, zoon van de maarschalk, afstand van hun rechten op een hof met 40 morgen akkerland, inclusief de boerderij en gebouwen gelegen in het dorp Hinsbeke, zoals deze eerder eigendom waren van Henrich Rost van Crieckenbeeck. Sybert heeft de hof ontvangen en met 1 pond peper verheergewaad.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 55.

 

1409, z.d.

ROERMOND / DALENBROEK ‑ Gerard van Vlodorp, als erfgenaam van zijn vader Godert van Vlodorp, wordt beleend met de voogdij van Rurmund met erf, goederen, molen, visserij en alle verdere toebehoren, en met het huis te Dalenbroicke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63. Zie 1402 z.d. en 1460 z.d.

 

1409, z.d.

ST.-THÖNIS-AMERN / WALDNIEL - Johan Sack van Hemerden wordt ten Gelderse rechten beleend met de hof to gen Raide met 70 morgen akkerland en 30 morgen broek, een molen en de laten die in Cruchten woonachtig zijn; met de hof ter Blomen met 40 morgen akkerland plus 11 morgen. Deze goederen zijn gelegen in de "eyninge" van Waltnyell in het kerspel van St. Antonis Amer, uitgezonderd de laten van Kruchten en verder de andere laten in de "eyninge" van Waltnyle woonachtig.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 112.

 

 

EINDE

 

< 1300-1399 HOME 1410-1419 >

 

Deze website werd counter keer bezocht.