Van Biesweerd tot Boeshei - Toponiemen in Swalmen en Asselt | ||
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
Daalakker | ||
De Dailacker is slechts bekend uit een lijst van tiendgevende landerijen uit 1395. De grond maakte toen deel uit van de nabijgelegen Beeckerhof. | ||
Smabers 15/4 |
||
In 1662 werd geklaagd dat Pouwels Cuijpers de heg aan de Daelcamp te breed liet groeien, waardoor de weg te smal werd.
Landmeter Smabers (1774) tekent de Dael Camp in op kaart 15 voor de percelen 4 tot en met 18. Dit gebied wordt ongeveer begrensd door BEEKSTRAAT, SCHOOLSTRAAT, GEVAREN en de Beeckerhof. De oude huizen in de kamp zijn vrijwel allemaal verdwenen. Alleen het huis van Geurt Slabbers uit 1751 (nummer 6 op de kaart) is bewaard. De aanleg van de nieuwe rijksweg rond 1840 heeft ervoor gezorgd dat de Daalkamp later werd doorsneden.
Op 7 september 1874 verkocht Jan Frans Kessels huis en erf in de Daalkamp (sectie E 1698). De erven Maria Croonen verkochten op 11 maart 1880 een huis met tuin in de Daalkamp (B 566 en 1092) aan Willem Rosbender. Tevens verkochten ze een ander huis (E 1627 en 1630), eveneens in de Daalkamp gelegen. De erfgenamen van Peter Alers verkochten op 16 januari 1884 opnieuw een huis in de Daalkamp (sectie E 1628 en 1631). De erfgenamen van Willem Wuts verkochten op 17 november 1884 hun huis (sectie E 1258, 1259 en 1260) in de Daalkamp. Dit huis werd op 4 april 1893 opnieuw verkocht, ditmaal door de minderjarige kinderen van wijlen Willem Knippenberg en Angelina Meuter. Op 25 november 1909 werd de woning van Manus Sillen (E 2237), aan de Daalkamp gelegen, verkocht. |
||
Dam, de | ||
1. | ||
Broeder Gerard Beeck verpandde in 1721 ten behoeve van zijn zus Anna het broek genaamd De Dam, gelegen tussen Noenhover Broeck en Kirckenbroeck aan de Swalm, met een korte zijde grenzend aan de Swalm. |
||
2. | Smabers 3/17 | |
Bij landmeter Smabers (1774) draagt een langgerekt perceel 3 op kaart 17 de naam den Dam. Het perceel vormt een barrière tussen de Eppenbeeck en de grachten van kasteel Hillenraad. In 1872 verkocht Carel Huibert graaf van en tot Hoensbroeck canadabomen op het Demke aan Hellenraedt. | ||
Damianuskamp | Smabers 16/19 | |
Philippus Damianus Ludovicus van Hoensbroeck werd in 1724 geboren in de Lindanusstraat te Roermond als zoon van Franciscus Arnoldus markies in en van Hoensbroeck en Maria Anna Sophia rijksgravin de Schönborn-Boeckheim en Wolfsthall. In 1775 werd hij benoemd tot (voorlopig) voorlaatste bisschop van het oude bisdom Roermond. Met ingang van 1 januari 1776 pachtte hij Hillenraad van zijn oudere broer Lotharius en ging er wonen. Als toegewijd cellist liet de bisschop een aanzienlijk bezit aan bladmuziek (waaronder talloze symfonieën) en tevens een omvangrijke instrumentenverzameling na.
Schomers geeft de Damianus camp in 1785 weer als perceel 19 op Smaberskaart 16. Op de kabinetskaart van graaf De Ferraris (1775) ontbreekt de kamp nog. Daarmee weten we dat het gebied tussen 1775 en 1785 een flinke gedaanteverandering onderging. Westelijk van de Damianuskamp lag toen al enige tijd het Lothariusbos, genoemd naar Damianus' oudere broer. De Damianuskamp wordt ook wel aangeduid als Bisschopskamp. |
||
DAMIANUSKAMP | Smabers | |
De straat met de naam DAMIANUSKAMP is genoemd naar het gelijknamige bosgebied. Het oorspronkelijke gebied met deze naam ligt enkele honderden meters zuidelijker, aan de andere kant van de weg door de Riet. Door het geven van oude benamingen aan nieuwe straten komt het (helaas) vaker voor dat er onduidelijkheid ontstaat over de oorspronkelijke ligging van een toponiem. | ||
Dammenbroek | ||
In 1693 droeg Mettien Lenarts, weduwe van scholtis Albert Meuter, broekland aan de Baecxhoef gelegen tussen de Horst en Dammenbroeck, met de korte zijden grenzend aan het Baecxhoever Broeck en het openbaar Schoolbroeck, over aan Gijs Raemeeckers en Lijsbet Janssen, weduwe van Hermen Raemeeckers, in ruil voor kwijtschelding van de vordering die Gies en Lijsbet Janssen hadden te haren laste. | ||
Dennenbosje, aan het | Smabers | |
Benaming aan het dennenboschken of aan het denne bosken voor perceel 259 en verder van sectie B, volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) behorend bij het kadastraal minuutplan van 1843. Het betreft ongeveer de zuidelijke helft van het industriegebied tussen PEELVELDLAAN, BOSSTRAAT, REUBENBERG en HEYDWEG. | ||
Deursentol | ||
In 1725 machtigden Petrus Randhaxe en Lucia Quijten hun zoon Ludovicus Guilhelmus Randhaxe om in hun naam goederen te verpanden en daar aan toe te voegen 4 morgen in de Esselsstraete gelegen en indien nodig hun Deurzen Thol. | ||
Diefstruik | Smabers 6 | |
Langs de rand van de SCHROEFSTRAAT, op de grens van de percelen 140 en 141, gaf landmeter Smabers op kaart 6 in 1774 een dieffstruijck aan. De betekenis achter deze aanduiding is niet bekend.
Deze foto (2007), genomen in noordwestelijke richting, werd gemaakt ongeveer vanaf de plaats waar Smabers de diefstruik in 1774 intekende. |
||
DIONYSIUSSTRAAT | ||
Het kerkje van Asselt is gewijd aan Dionysius van Parijs, in de derde eeuw de eerste bisschop van wat later de lichtstad zou worden. Op het eiland waar nu de Notre Dame ligt, bouwde hij een houten kerk. Dionysius werd in 285 vermoord door de plaatselijke bevolking. Volgens de overlevering werden hij en twee metgezellen eerst in een oven gegooid, waar ze echter weer heelhuids uitkwamen. Daarbij werden ze onthoofd op Montmartre. Dionysius was het echter niet eens met deze plaats voor zijn martelaarschap, nam zijn afgehouwen hoofd en wandelde er mee naar Saint-Denis om daar te worden begraven. Dionysius wordt daarom vaak afgebeeld met zijn hoofd in zijn handen, zoals ook hier in Asselt. Zijn naamfeest is op 9 oktober. In de nis plaats waar tegenwoordig het Dionysiusbeeld staat, stond vroeger een Christusbeeld. Dit is nog te zien op foto's van vóór de verbouwing van het kerkje door architect Pierre Cuypers. De kerk van Asselt kende vroeger meerdere altaren. Een stichtingsoorkonde uit 1702 noemt de altaren gewijd aan de H. Agnes en de H. Catharina. Beiden stierven als martelaren voor hun geloof. |
||
Disfalder | Smabers 9-10 | |
Vreemd genoegd werd dit toponiem (nog?) niet aangetroffen in de archiefstukken van de schepenbank. Landmeter Smabers (1774) geeft het Disfalder echter weer op de kaarten 9 en 10, ongeveer op de kruising van STATIONSTRAAT, HOLLESTRAAT, STATIONSSTRAAT en PARALLELWEG. Deze kruising werd rond 1864 bij de aanleg van de spoorlijn gereconstrueerd. Vanaf 2007 raast hier het verkeer door de tunnelbak van de A73 en herinnert niets meer aan het verdwenen veehek. | ||
Dissel, de | ||
Bij het voogdgeding van 1696 klaagden de gezworenen dat de pastoor enkele eiken op den Dissel, toebehorend aan het St.-Jorisaltaar, had laten kappen, waardoor de kerkdienst door waardevermindering van het onderpand wellicht niet langer zou kunnen worden gedaan. | ||
Dode Weerd | Smabers 7 | |
Op kaart 7 van landmeter Smabers (1774) staat ter hoogte van de Lichte Ohe in de Maas een dooden weerth ingetekend. Vermoedelijk ontleent deze aanwas zijn naam aan het feit dat deze door afspoeling van de Maas afnam in grootte. Op de Google kaarten (2006) stevent een schip recht op de lokatie van de Dode Weerd af. |
||
DOLMANSSTRAAT, PASTOOR | Smabers | |
Gerardus Dolmans was mogelijk een zoon van Petrus Christianus Dolmans en Joanna Banens uit Maastricht. In mei 1685 droeg hij zijn eerste begrafenismissen op in Swalmen en Asselt, in juli zijn eerste trouwmis. In 1690 ondertekende hij samen met Arnold markies Schenck van Nydeggen het contract waarmee Peter Buijs (tevens schoolmeester) werd aangesteld als organist. Uit een lijst van leden van de broederschappen van de H. Rozenkrans en St.-Jan Baptist, in 1691 opgesteld door Gerardus Dolmans, weten we dat hij ook familie had. Op de lijst zien we de namen van Maria, Catharina en Ida Dolmans. In 1699 kreeg de pastoor toestemming van de markies om een stukje land dat hij had gekocht samen te voegen met zijn moestuin, zodat hij deze wat groter kon maken. Ook als beheerder van de armenkas treffen we de pastoor geregeld aan in de overdrachtsregisters. Hij wordt verder vermeld als stichter van een sacramentsmis. In 1708 kreeg Dolmans een conflict met de Swalmer draakschutten. Deze had land aan de Hollestraat gekocht; op dit perceel zou echter een jaarlijkse last rusten van een halve ton bier op kermiszondag. Toen de pastoor weigerde om in te gaan op deze vordering, trokken de schutten inclusief de draak naar de akker en vernielden de oogst. Op 2 februari 1710 werd Catharina Dolmans genaamd Meijs uit Maastricht in de kerk begraven. Ook pastoor Gerardus Dolmans werd op 27 oktober 1717 in Swalmen begraven. Zijn huis op de Hoogstraat werd op 31 januari 1719 openbaar verkocht door zijn broer Jacobus Dolmans, pastoor in Elmpt. De oude en tot armoede geraakte dienstmaagd van de pastoor, Johanna van Horne, richtte zich in 1722 tot het bisdom voor hulp. Vastgesteld bij raadsbesluit van 30 september 1964. |
||
Donderdagse Mis | Smabers 8/30 | |
De opbrengsten van perceel 30 in de Swaere Ohe (kaart 8) werden in 1774 kennelijk gebruikt voor de Donderdaghsche misse. Zie ook: Vroege dienst. |
||
Doolhof | Google Maps | |
In de romantische 18e en 19e eeuw werden tal van buitenplaatsen aangelegd. Soms werden hiervoor bestaande oude gebouwen opgekocht en omgevormd, soms ook werden ze geheel nieuw aangelegd. Om een en ander perfect te maken, koos men soms ook voor de aanleg van een mooi bosperceel. Aparte of zeldzame bomen moesten in dit arboretum indruk maken op de bezoeker. Een uitgekiend plan van wegen en paden behoorde eveneens tot de bomentuin. |
||
Dorpstraat | ||
In 1704 verpandden Henderick Bulders en Zecilia Beeck hun huis in de Dorperstraet gelegen tussen Jan van der Hart en het Keutelstraetien, met beide korte zijden grenzend aan de openbare straat. In 1711 stelden Jan Heuskens en Peterken Wijnen hun huis en hof met toebehoren in de Dorperstraet gelegen als borg. |
||
Drie Heggen, de | ||
In 1668 en 1670 werd verzocht of de paters kartuizers de weg zouden laten lopen aan de Drij Heggen, waar hij altijd had gelopen. | ||
Driehoek aan de Beeselseweg | Smabers | |
Op kaart 11 noteerde landmeter Smabers (1774) bij de percelen 118 tot en met 195 den drijhoeck aen den Beselschen wech. Dit betreft het gebied tussen de KRUISKAMP, slechts weergegeven als een mistwech, en de LUCASSTRAAT zoals deze was vóór de wegreconstructie. Ook op het kadastraal minuutplan van 1843 en de Rivierenkaart uit 1849 staat de Dryhoek of Drijhoek aangegeven. Binnen de driehoek lag in 1843 enkel het huis van de erfgenamen Godfried Kessels. Zij verkochten het huis genaamd de Brackonie in augustus 1866. |
||
Drie Kastanjes, de | ||
Als je in Swalmen 'biej de drie kesjtaanjelebuim' zei, wist iedereen dat de splitsing van RAAYER LUYCKWEG en OP DE BERG werd bedoeld. Midden tussen de drie bomen stond - en staat - een eenvoudig veldkruis. De splitsing vormt nog steeds een van de staties in de jaarlijkse sacramentsprocessie. In februari 2002 werd een van de bomen tijdens een storm geveld. Later verdwenen ook de andere oude bomen; drie jonge kastanjes hebben nu de taak om deze oude landschapsmarkering in stand te houden. In het lied 'De Waeg', waarin de Roermondse zanger Gé Reinders over (toen nog) dreigende aanleg van de A73 zingt, krijgen ook de 'drie kesjtaanjelebuim' een rolletje, evenals enkele nabijgelegen boerderijen. |
||
Driessen, de | Smabers 8/70 | |
In 1713 verkochten Cornelis Alberts en Gertruijd Swaecken uit Venlo land in de Ohe gelegen, met een korte zijde grenzend aan de Driessen langs de Swalm gelegen. Op het kadastraal minuutplan van 1843 staan de Driessen op blad E3 aangegeven als enkele percelen tussen den Aenwasch, den Weert, de Oude Maas en de Swaar Ohe. Bij Smabers komt dit overeen met de percelen 70 tot en met 73 op kaart 8. |
||
Duim, de | ||
In 1651 verkochten koster Jan Coenen en zijn vrouw Berber Daemen ongeveer 40 roede land genaamd den Duijm, in de Swaer Oe gelegen, aan Hendric Raijmaeijckers en Merij Lindemans. | ||
Duivelseik | Smabers | Google Maps |
In het voogdgeding van 1588 lezen we: "Van wegen der gemeyner foetpede ist erkleirt dat ein gemeyn foetpat ist, der aengeit an der Schatzkoulen nae der Deuffelseicken nae gen Houterfeldt, vann danne in die Sandtstraete uitter Sandtstraete opt Voerfelt dorch dat Venlonischer straetgen achter Peeter Smeetz goudt op ten Mortel, van den Mortel durch den Hoeffacker neffens Bouten goudt op die oliehsmeulen, van der oliehsmullen langhs den Nouwenhof oever den Aldenhoever patt op Boekesstap unnd van danne in gen Mase." | ||
Dwarsheg, aan de | Smabers 2 | |
Op kaart 2 van landmeter Smabers (1774) staan de percelen 103 tot en met 119 aan de westzijde van BOVEN BOUKOUL aangegeven als aen de dwershegge. De lange dwers hegge liep blijkens de kaart parallel aan de Leijgraeff. | ||
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
© Loe Giesen, Reuver 1983-2019 |